Home

Slokdarm





De slokdarm (Oesophagus in het Latijn) is het bovenste onderdeel van het spijsverteringsstelsel dat de mond met de maag verbindt. Het is een gespierde buis van zon 30 centimeter lang, welke bestaat uit spieren, bindweefsel en slijmvlies.

Hierin bevinden zich twee vernauwingen; een bovenste slokdarmsluitspier op 15 achter de tanden en een onderste slokdarmsluitspier (maagpoortspier) net boven de maag.

Deze spieren worden ook wel respectievelijk de bovenste en onderste sfincter genoemd.

Een te hoge frequentie van dit maagzuur kan een ontsteking veroorzaken. De manier waarop voedsel hierdoor wordt verplaatst is buitengewoon intrigerend.

Tijdens de zogenaamde peristaltische beweging trekken de spieren vlak achter het voedsel zich samen. Hierdoor ontstaat een vernauwing, die het voedsel naar voren duwt. De spieren voor het voedsel gaan openstaan, waardoor het voedsel daadwerkelijk voortgestuwd kan worden.

Eenmaal in de maag aangekomen, wordt het voedsel verteerd door het zure maagsap. De maagpoortspier heeft als belangrijkste functie het blokkeren van eventueel opkomend maagzuur, omdat de slokdarm van nature niet bestand is tegen dit bijtende zuur.



Opbouw van de slokdarm

De slokdarm begint achter het strottenhoofd en eindigt bij de maag. Het orgaan bestaat uit vier lagen (let op, een aantal sublagen wordt hier gegeneraliseerd, maar voor een algeheel beeld is deze indeling voldoende).

  • Mucosa (slijmvlies)
    De diverse soorten slijmvlies dienen ter bescherming van het spijsverteringsstelsel. Afhankelijk van de plaats varieert het van samenstelling.
  • Submucosa
    Deze overgangslaag bevat klieren die slijm produceren voor de mucosa-laag. Door deze laag lopen tevens de bloed- en lymfevaten.
  • Muscularis externa / propria
    Deze spieren zijn verantwoordelijk voor de peristaltische beweging. Ze trekken ritmisch samen bij het verplaatsen van het voedsel naar de maag. De samenstelling van deze spieren varieert langs de slokdarm.
  • Adventita
    De buitenlaag bestaat uit bindweefsel. Omdat het een buitenrand is, hoort de adventita officieel niet bij de slokdarm.

Problemen 

Er kunnen diverse problemen ontstaan. Eén van de meest voorkomende is refluxziekte. Bij deze hinderlijke ziekte is de onderste slokdarmsluitspier verzwakt en dus niet in staat het brandend maagzuur tegen te houden.

Deze ziekte is gelukkig met medicijnen goed te remmen en in extreme gevallen kan ook een operatie van de slokdarm uitkomst bieden. Mocht brandend maagzuur een chronische ontsteking tot gevolg hebben, dan kan zich een Barrett-slokdarm ontwikkelen.

Bij deze aandoening is het weefsel van de slokdarmwand door de continue aantasting van het maagzuur van structuur veranderd en meer gaan lijken op maagslijmvlies. Mensen met een Barrett-slokdarm lopen een verhoogd risico (tot wel vijftig keer!) op de uiterst gevaarlijke kankervariant slokdarmkanker.

Iemand met een Barrett-slokdarm zal dan ook regelmatig een gastroscopie moeten ondergaan om te controleren op kanker. Tevens moet de oorzaak van de chronische ontsteking worden bestreden met ofwel medicijnen ofwel een operatie.